Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
schade tot een bedrag van € 500,-;
€ 247,50.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, verzocht in 2012 om toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat onvoldoende is aangetoond dat appellant de relevante oorlogsgebeurtenissen persoonlijk heeft meegemaakt.
De Raad volgt dit standpunt, omdat naast de eigen verklaring van appellant geen ondersteunende gegevens zijn gevonden. Onderzoek naar getuigen en documenten leverde geen bevestiging op van de door appellant gestelde gebeurtenissen zoals beschietingen bij een hotel en huisarrest.
Appellant stelde tevens een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad constateert een overschrijding van ongeveer dertien maanden, waarvan zeven maanden aan appellant toerekenbaar zijn, zodat uiteindelijk zes maanden overschrijding resteert.
De Raad veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €500 en de proceskosten van €247,50. Het beroep wordt inhoudelijk ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Staat veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.