ECLI:NL:CRVB:2017:2179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over niet-ontvankelijkheid bezwaar bedrijfskrediet Bbz 2004
Appellanten ontvingen een bedrijfskrediet op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) dat na beëindiging van hun bedrijf werd teruggevorderd. Het college verklaarde het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken.
Appellanten stelden dat zij het besluit van 14 september 2012 pas via een brief van 5 februari 2013 hebben ontvangen en dat zij het bezwaar tijdig hebben ingediend. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op 14 september 2012 is verzonden, omdat het postregistratiesysteem geen sluitend bewijs bood en geen registratie van de daadwerkelijke aanbieding aan PostNL bestond.
Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de bezwaartermijn was begonnen op de vermeende verzenddatum. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op om opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit is tijdig ingediend; het college moet opnieuw beslissen.