ECLI:NL:CRVB:2017:2198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen niet-ontvankelijk verklaarde terugvordering persoonsgebonden budget afgewezen
Appellante ontving voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) van €22.830,05 van het Zorgkantoor. Na een intensieve controle stelde het Zorgkantoor het pgb vast op €11.657,45 en vorderde €11.172,60 terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering op 4 juli 2015 en 11 augustus 2015, maar beide bezwaren werden door het Zorgkantoor niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank Noord-Holland oordeelde dat het bezwaar van 11 augustus 2015 te laat was ingediend en dat de brief van 29 mei 2015, waartegen het bezwaar van 4 juli 2015 zich richtte, geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel volledig en verwierp het hoger beroep omdat appellante geen nieuwe gronden aanvoerde.
De Raad bevestigde dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en wees de vordering van appellante af. Er werd geen aanleiding gezien voor het toewijzen van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. L.M. Tobé op 14 juni 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van haar bezwaren bevestigd.