Uitspraak
18 september 2015, 15/1550 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig medewerker post, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid en maatmanomvang van 28,46 uur per week juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten over een urenbeperking en medische afzakker, maar kon geen nieuwe medische onderbouwing leveren die tot een ander oordeel leidde. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen passend had vastgesteld en dat er geen medische noodzaak was voor een urenbeperking of afzakker. De geselecteerde functies bleken geschikt voor appellant.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht de maatmanomvang had bepaald en appellant niet als medische afzakker had aangemerkt. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens juiste vaststelling van belastbaarheid en maatmanomvang.