ECLI:NL:CRVB:2017:2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht over omvang werkzaamheden
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werkte als oproepkracht bij een pizzeria. Na een onderzoek van sociaal rechercheurs bleek dat appellant meer uren werkte dan opgegeven, wat leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van €45.634,91 over de periode van 15 maart 2011 tot 31 mei 2014.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij slechts de betaalde uren had opgegeven en niet bewust was van de verplichting om alle uren te melden. Ook stelde hij dat het verhoor onder druk en zonder tolk had plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat de aanwezigheid op de werkplek tijdens reguliere uren impliceert dat er geld waardeerbare arbeid is verricht, en dat appellant dit niet aannemelijk had kunnen weerleggen.
De Raad verwierp de bezwaren tegen het verhoor en concludeerde dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden. Omdat hierdoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn werkuren en inkomsten, was intrekking en terugvordering terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.