Uitspraak
26 augustus 2015, 15/950 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
14 november 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is bij besluit van 17 april 2015 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als telefoniste/planner, viel uit wegens rug-, been- en gewrichtsklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees haar WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege vermoeidheidsklachten en mobiliteitsproblemen een urenbeperking op energetische of preventieve gronden zou moeten krijgen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en voegde toe dat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd dat een dergelijke urenbeperking niet aangewezen is, omdat meer uren werken geen gezondheidsschade veroorzaakt.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een WIA-uitkering.