ECLI:NL:CRVB:2017:2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Mededeling openstaande schuld en aflossingsverplichting geen besluit wegens eerdere bekendmaking
Appellante en haar ex-echtgenoot hebben in maart 2011 bijstand aangevraagd op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). De Bbz-uitkering werd toegekend en later per 1 mei 2011 beëindigd vanwege voldoende inkomsten uit loondienst. Vervolgens werd een bedrag van €1.313,85 teruggevorderd, met een maandelijkse aflossing van €98,99.
Appellante stelde in bezwaar dat zij niet betrokken was bij de Bbz-uitkering en dat alleen haar ex-echtgenoot de uitkering had genoten. Dit bezwaar werd ingetrokken nadat het college had aangegeven de terugvordering van €600 niet langer bij haar te verhalen. In 2015 ontving appellante een brief waarin de openstaande schuld werd bevestigd.
Het college verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk omdat het eerdere terugvorderingsbesluit onherroepelijk was geworden. De Raad oordeelde dat appellante en haar ex-echtgenoot als een eenheid worden gezien in gezinsbijstand en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor terugbetaling. De mededeling in de brief van 2015 is een informatieve mededeling en geen besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mededeling over de openstaande schuld geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.