ECLI:NL:CRVB:2017:2373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek wegens rug- en psychische klachten. Het UWV stelde op 9 juli 2014 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard en de rechtbank Gelderland bevestigde dit besluit in september 2015.
In hoger beroep stelde appellante dat haar lichamelijke en psychische klachten waren toegenomen en dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies haar belastbaarheid overschreden. Zij verzocht om aanstelling van een onafhankelijke deskundige, bij voorkeur een psychiater. Het UWV verzocht de eerdere uitspraak te bevestigen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de zorgvuldigheid van het medisch en arbeidskundig onderzoek en vond geen aanleiding tot twijfel aan de conclusies. Omdat appellante haar stellingen niet met medische verklaringen onderbouwde, wees de Raad het verzoek om een onafhankelijke deskundige af. Tevens bleek dat de situatie van volledige arbeidsongeschiktheid pas vanaf september 2016 gold, niet op de datum in geding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.