Uitspraak
16.5871 PW
OVERWEGINGEN
.Appellant ontving vóór november 2012 inkomsten uit arbeid, waarna hij tot mei 2014 een WW-uitkering en een uitkering op grond van de TW ontving. Niet in geschil is dat deze inkomsten boven de bijstandsnorm lagen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting en de aanschaf van een computer na verhuizing naar een zelfstandige woning. Het dagelijks bestuur verleende bijzondere bijstand voor woninginrichting als renteloze lening, rekening houdend met een reserveringsbedrag, en wees de aanvraag voor een computer af.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de bijstand voor woninginrichting terecht als lening werd verstrekt, omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van drie jaar inkomen op bijstandsniveau en hij niet aannemelijk maakte dat hij vanwege psychische klachten niet had kunnen reserveren.
Voor de computer is vastgesteld dat de kosten niet noodzakelijk zijn, omdat appellant gebruik kan maken van openbare faciliteiten. Bovendien valt appellant niet binnen de doelgroep voor buitenwettelijke bijzondere bijstand voor computers. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand om niet voor woninginrichting en computer.