ECLI:NL:CRVB:2017:239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking IVA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en visusklachten
Appellante had een IVA-uitkering toegekend gekregen wegens arbeidsongeschiktheid, maar deze werd door het UWV ingetrokken na een medische herbeoordeling waarbij minder beperkingen werden vastgesteld. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de arbeidsduur en het aspect 'zien' in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV van 20 oktober 2015 getoetst. De Raad concludeert dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom de visusklachten niet leiden tot een beperking op het aspect 'zien' en dat de eerdere beperking in de FML van 2009 onterecht was. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens in die tot een andere beoordeling leiden.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben vastgesteld dat appellante geschikt is voor functies met een arbeidsduur van gemiddeld 20 tot 30 uur per week, passend bij haar medische belastbaarheid. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 33,86% blijft gehandhaafd.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de intrekking van de IVA-uitkering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de IVA-uitkering bevestigd.