ECLI:NL:CRVB:2017:2394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bevordering ambtenaar Defensie wegens niet voldoen functie-eisen
Appellant, werkzaam bij Defensie in een lagere rang, heeft meerdere malen gesolliciteerd naar een functie met een hogere rang, maar werd telkens afgewezen omdat hij niet voldeed aan de gestelde functie-eisen, waaronder het bezit van een KMA-diploma. De minister handhaafde het beleid dat vacatures eerst voor officieren-uitloop worden opengesteld en pas daarna voor lagere rangen, mits expliciet vermeld in de vacaturetekst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de minister een discretionaire bevoegdheid heeft bij het toewijzen van functies en dat de rechter terughoudend moet zijn in de toetsing daarvan. Het beleid van de minister was redelijk en er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijken rechtvaardigden.
Appellants betoog dat het beleid een verboden leeftijdsdiscriminatie inhoudt werd verworpen. De Raad concludeerde dat appellant niet bevorderbaar is naar de hogere rang en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bevordering bevestigd.