Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een gewezen militair, lijdt sinds een dienstongeval in 1985 aan lage rugklachten als gevolg van een contusie van de rugmusculatuur. Hiervoor ontvangt hij een vergoeding voor onderhoudende accupunctuur- en chiropractiebehandelingen. In 2013 verzocht appellant om vergoeding van twee extra chiropractiebehandelingen voor een ernstig recidief van klachten aan de halswervelkolom.
De minister wees dit verzoek af omdat deze klachten geen verband houden met de dienstverbandaandoening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat ook de klachten aan de thoracale en cervicale wervelkolom verband houden met het dienstongeval.
De verzekeringsarts concludeerde echter dat het letsel uit 1985 beperkt was tot de rugmusculatuur zonder afwijkingen aan wervels of tussenwervelschijven, en dat latere klachten niet aannemelijk aan het ongeval kunnen worden toegeschreven. De Raad vond geen reden om aan deze conclusie te twijfelen en bevestigde dat de extra behandelingen niet voor vergoeding in aanmerking komen. De reguliere onderhoudsbehandelingen worden wel vergoed, ondanks dat deze ook klachten zonder dienstverband betreffen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vergoeding voor extra chiropractiebehandelingen niet wordt toegekend omdat deze niet samenhangen met de dienstverbandaandoening.