ECLI:NL:CRVB:2017:2399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens niet-gelijksoortig plichtsverzuim
Appellant was sinds 2010 in dienst bij de Stichting Waternet en kreeg in 2014 een disciplinaire maatregel opgelegd: voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door het overtreden van verlofregels. Bij een nieuw incident in 2015 stuurde appellant een cynisch actieplan naar zijn leidinggevende, wat door het bestuur als plichtsverzuim werd aangemerkt en aanleiding was voor tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het gedrag van appellant gelijksoortig plichtsverzuim betrof. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het nieuwe plichtsverzuim weliswaar grensoverschrijdend was, maar niet gelijksoortig aan het eerdere verlofverzuim. De kwalificatie 'gezagsondermijnend gedrag' was te algemeen om dit te rechtvaardigen.
Daarom werd het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag vernietigd, terwijl het ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters gehandhaafd bleef. Tevens werd het bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag wordt vernietigd, het ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters blijft gehandhaafd.