ECLI:NL:CRVB:2017:2412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een medisch onderzoek werd hij geschikt geacht voor functies met minder dan 65% arbeidsongeschiktheid, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellant meldde zich opnieuw ziek met toegenomen klachten, maar het UWV stelde vast dat hij geschikt bleef voor de eerder genoemde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en voldoende rekening hield met zowel lichamelijke als psychische klachten. In hoger beroep voerde appellant aan dat de ernst van zijn klachten was toegenomen en dat de rechtbank ten onrechte geen psychiater had benoemd.
De Raad oordeelde dat het rapport van de psycholoog geen nieuwe beperkingen aantoonde en dat de verzekeringsarts terecht concludeerde dat appellant geschikt bleef voor de functies. De eerdere uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.