ECLI:NL:CRVB:2017:2438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Appellant heeft recht op loongerelateerde WGA-uitkering wegens 42,46% arbeidsongeschiktheid vanaf 3 februari 2011
Appellant viel op 27 januari 2009 uit wegens psychische en lichamelijke klachten en vroeg op 6 november 2010 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de geschiktheid van functies door de arbeidsdeskundige werden gevolgd.
In hoger beroep bracht appellant nieuwe stukken in, waarna de Raad een onafhankelijke deskundige inschakelde. De deskundige stelde vast dat appellant op de datum in geding (3 februari 2011) een hogere mate van beperkingen had dan eerder aangenomen, mede door psychische stoornissen zoals een dysthyme stoornis en conversiestoornis, maar geen autismespectrumstoornis. De verzekeringsarts bezwaar en beroep paste daarop de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan.
Het UWV wijzigde daarop het besluit en erkende een arbeidsongeschiktheid van 42,46% vanaf 3 februari 2011, met recht op een loongerelateerde WGA-uitkering. Appellant betwistte dit en stelde volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De Raad volgde echter het deskundigenrapport en de aangepaste FML, oordeelde dat de nieuwe beslissing juist was en vernietigde het eerdere besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een loongerelateerde WGA-uitkering met 42,46% arbeidsongeschiktheid vanaf 3 februari 2011; het eerdere besluit wordt vernietigd.