ECLI:NL:CRVB:2017:2443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 2011 en werd door het dagelijks bestuur beschuldigd van het verzwegen van een gezamenlijke huishouding met D, wat leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand. De Sociale Recherche voerde onderzoek uit, inclusief huisbezoek en verklaringen van buurtbewoners. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de verklaringen van buurtbewoners onvoldoende concreet en feitelijk zijn om het bestaan van een gezamenlijke huishouding aan te tonen. Ook de verklaring van een andere getuige en informatie van de werkgever van D bieden geen sluitend bewijs. Het huisbezoek en het onderzoek naar het twitteraccount van appellante leveren eveneens onvoldoende aanwijzingen.
De Raad concludeert dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat D zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had, waardoor het intrekkings- en terugvorderingsbesluit niet kan worden gehandhaafd. De Raad vernietigt de bestreden besluiten en veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.