ECLI:NL:CRVB:2017:2508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- M.A.H. van Dalen-van Bekkum
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, uitgevallen wegens rug-, nek- en armklachten, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat hij bij aanvang van zijn dienstverband al gezondheidsklachten had en weigerde de uitkering. In bezwaar en beroep werden medische rapporten opgesteld waaruit bleek dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel niet. De Raad nam de rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in acht, waarin beperkingen werden erkend, maar niet zodanig dat de arbeidsongeschiktheid boven 35% uitkwam.
Appellant voerde aanvullende medische aandoeningen aan, zoals fibromyalgie en psychische klachten, maar deze werden onvoldoende onderbouwd of leidden niet tot een ander oordeel. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies en het IQ van appellant werden door de Raad beoordeeld en niet als reden voor een andere uitkomst gezien.
De Raad oordeelde dat het beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het recht op een WIA-uitkering werd ontzegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.