ECLI:NL:CRVB:2017:2520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten herhaalde WAO-aanvraag wegens ontbreken aanvullende informatie
Appellant diende op 26 juni 2014 een herhaalde aanvraag in voor een WAO-uitkering. Het UWV nam deze aanvraag op 27 november 2014 niet in behandeling, verwijzend naar een eerder besluit uit 2010. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet binnen de gestelde termijn aanvullende informatie had verstrekt, ondanks een redelijke termijn van vier weken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat relevante informatie al in Nederland aanwezig was en dat het UWV geen juist besluit had genomen sinds zijn ziekmelding in 2005. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat het UWV bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat appellant geen gebruik had gemaakt van de geboden gelegenheid tot aanvulling.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning op 28 juni 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de herhaalde WAO-aanvraag buiten behandeling heeft gelaten wegens het ontbreken van noodzakelijke aanvullende informatie.