Uitspraak
8 september 2016, 15/4963 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als medewerkster tankstation en meldde zich ziek met knie-, gewrichts- en moeheidsklachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling werd zij ongeschikt geacht voor haar eigen werk, maar wel geschikt voor andere functies zoals inpakker en kassamedewerker. Het UWV stelde vast dat zij met deze functies meer dan 65% van haar loon kon verdienen en beëindigde haar ziekengeld.
Appellante meldde zich later opnieuw ziek met psychische en lichamelijke klachten, maar hieruit ontstond geen recht op ziekengeld. Na een nieuwe ziekmelding in augustus 2015 en een medisch onderzoek werd zij per 17 september 2015 geschikt verklaard voor de eerder genoemde functies, waarna het UWV haar Ziektewet-uitkering stopzette. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten van appellante niet voldoende objectief waren onderbouwd om arbeidsongeschiktheid aan te nemen. De Raad onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de klachten geen reden zijn om het besluit te vernietigen. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.