ECLI:NL:CRVB:2017:2621

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2017
Publicatiedatum
28 juli 2017
Zaaknummer
16/909 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht en te late indiening gronden

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant het griffierecht niet heeft betaald en de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend, maar heeft daarbij geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was. De Raad heeft geen aanleiding gezien om het verzet gegrond te verklaren en heeft het verzet daarom ongegrond verklaard.

Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 juli 2017.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzet wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 juli 2017
16/909 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2015, 15/2732 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 10 februari 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Ook anderszins is de Raad daarvan niet gebleken.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

KP

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 18 juillet 2017.