ECLI:NL:CRVB:2017:2656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WGA-vervolguitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig schoonmaker, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder rug-, nek- en oorklachten. Het UWV kende hem een WGA-vervolguitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van circa 62,77%.
Na melding van verslechtering stelde het UWV een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek in en besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat het onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat het medisch onderzoek uitgebreid en inzichtelijk was gemotiveerd, inclusief de beoordeling van medicijngebruik en gehoorproblemen.
De Raad bevestigde dat de geduide functies passend en in deeltijd beschikbaar zijn, en dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf om het oordeel te wijzigen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongewijzigde voortzetting van de WGA-vervolguitkering bevestigd.