ECLI:NL:CRVB:2017:269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, een internationaal vrachtwagenchauffeur, viel uit zijn werk wegens diverse gezondheidsklachten waaronder COPD en nek- en schouderklachten na een bedrijfsongeval. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig was en dat de vastgestelde belastbaarheid juist was. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en onvoldoende in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren verwerkt.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsartsen hebben appellant onderzocht en de beperkingen adequaat vastgesteld, waarbij ook rekening is gehouden met de bevindingen van behandelend specialisten. De functies die appellant geacht wordt te kunnen verrichten zijn passend binnen zijn belastbaarheid.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de beslissing van het UWV wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.