ECLI:NL:CRVB:2017:2698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek postume toelating echtgenoot tot vrijwillige ANW-verzekering
Appellante verzocht om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). Haar echtgenoot was sinds 1 mei 2000 niet meer verplicht verzekerd en had zich niet binnen een jaar na het einde van de verplichte verzekering aangemeld voor de vrijwillige verzekering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees het verzoek af, waarna ook het bezwaar werd afgewezen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn was ingediend en de Svb niet verplicht was om actief te informeren over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij financieel moeilijk zit en de premies wil betalen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek ruim buiten de aanmeldingstermijn was gedaan en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de overschrijding konden verontschuldigen. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om postume toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering is afgewezen wegens niet-tijdige aanvraag.