ECLI:NL:CRVB:2017:2701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing postuum verzoek deelname vrijwillige verzekering ANW echtgenoot
Appellante heeft verzocht om toekenning van een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) voor haar overleden echtgenoot, die tot 1988 verplicht verzekerd was in Nederland en daarna in Marokko woonde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de echtgenoot ten tijde van overlijden niet verzekerd was volgens de volksverzekeringen. Dit oordeel werd eerder door de Raad bevestigd.
Vervolgens werd een postuum verzoek tot deelname aan de vrijwillige verzekering ingediend, maar dit was niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering. Appellante voerde aan dat haar echtgenoot niet geïnformeerd was over de vrijwillige verzekering en dat andere gezinnen wel geïnformeerd werden, en dat haar echtgenoot volgens Marokkaanse gegevens verzekerd was.
De Raad overwoog dat de wettelijke termijn strikt geldt en dat appellante geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende onderbouwing. De door appellante overgelegde Marokkaanse verzekeringsgegevens waren onvoldoende om het verzoek alsnog toe te wijzen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het postume verzoek tot vrijwillige verzekering bevestigd.