ECLI:NL:CRVB:2017:2713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens onjuiste verwijzing naar besluit in bijstandsherziening
Appellante ontvangt sinds september 2013 bijstand en heeft inkomsten uit arbeid niet gemeld aan het dagelijks bestuur, wat leidde tot een herzienings- en terugvorderingsbesluit over 2014 en een boetebesluit wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar verwees in haar bezwaarbrief alleen naar het voornemen tot boeteoplegging en niet expliciet naar het herzienings- en terugvorderingsbesluit. Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar tegen het herzieningsbesluit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaarbrief onvoldoende aanknopingspunten bevatte om als bezwaar tegen het herzieningsbesluit te gelden en bevestigde de niet-ontvankelijkheid. Appellante stelde in hoger beroep dat de brief wel degelijk tijdig bezwaar inhield, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend en niet als zodanig kon worden aangemerkt.
De Raad benadrukte dat de brief van het dagelijks bestuur duidelijk maakte dat bezwaar tegen het herzieningsbesluit apart moest worden ingediend en dat appellante niet mocht aannemen dat haar brief van 20 juli 2015 als bezwaar tegen dat besluit kon gelden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het herzienings- en terugvorderingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige en onjuiste indiening.