ECLI:NL:CRVB:2017:2756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing reiskostenvergoeding over 2015 wegens strijd met rechtszekerheid
Appellant ontvangt sinds 2011 een IOAW-uitkering en een aanvullende reiskostenvergoeding toegekend door het college vanaf 1 januari 2014. In 2015 weigerde het college de vergoeding toe te kennen met verwijzing naar een vergoeding van de werkgever en het vervallen van de hardheidsclausule in de nieuwe verordening.
Appellant stelde dat het toekenningsbesluit geen einddatum bevatte, waardoor hij mocht vertrouwen op voortzetting van de vergoeding in 2015. Het college kon dit niet aannemelijk maken en had geen besluit tot intrekking genomen. De Raad oordeelde dat de weigering van vergoeding over de periode 1 januari tot 29 mei 2015 in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit voor die periode, en bepaalde dat het college de vergoeding moet toekennen op basis van de declaraties. Voor de periode na 29 mei 2015 was de weigering terecht op grond van de nieuwe verordening. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college moet de reiskostenvergoeding over 1 januari tot en met 29 mei 2015 aan appellant toekennen wegens strijd met rechtszekerheid.