Uitspraak
11 september 2015, 14/6393 en 15/1186 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
(de – voormalige – Jellinek) is geboden.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen volgens de Vreemdelingenwet 2000, maakte bezwaar tegen de voorwaarden van opvang in Amsterdam. Het college wees haar aanvraag om opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) af. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde een dwangsom op, maar wees een ander beroep af.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit van het college, waarbij werd vastgesteld dat appellante vanaf 29 november 2013 geen recht heeft op Wmo-opvang, mede omdat zij sinds 11 februari 2014 in een asielzoekerscentrum verblijft. De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht niet heeft geconcludeerd dat appellante recht heeft op een minimumvoorziening of een uitkering over de periode daarvoor.
Ook het beroep op een dwangsom wegens vermeend te late besluitvorming faalt, aangezien het college de opvangaanvraag van 29 november 2013 dezelfde dag heeft behandeld. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wmo-opvangaanvraag en wijst het beroep op dwangsom af.