ECLI:NL:CRVB:2017:2846
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als oorlogsgetroffene op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellant heeft in mei 2015 een aanvraag ingediend voor erkenning als oorlogsgetroffene op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Pensioen- en Uitkeringsraad wees deze aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellant persoonlijk oorlogsgebeurtenissen had meegemaakt.
De Raad beoordeelde dat voor erkenning als oorlogsgetroffene vereist is dat de aanvrager persoonlijk één of meer oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt. De omstandigheden die appellant als ongeboren vrucht heeft meegemaakt, zoals de angst van zijn moeder tijdens de zwangerschap, kunnen niet worden toegerekend aan appellant zelf.
De Raad onderschreef het standpunt van verweerder dat de gestelde inval door Japanners en de vlucht van de familie niet konden worden bevestigd met objectieve gegevens. De ervaringen van familieleden kunnen niet leiden tot erkenning van appellant als oorlogsgetroffene. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet persoonlijk oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR heeft meegemaakt.