ECLI:NL:CRVB:2018:3033
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning oorlogsgetroffene op grond van AOR en Wubo
Appellant heeft in juni 2017 aanvragen ingediend voor erkenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De Pensioen- en Uitkeringsraad wees deze aanvragen af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk oorlogsgebeurtenissen had meegemaakt zoals vereist volgens beide regelingen.
De Centrale Raad van Beroep heeft in haar uitspraak van 4 oktober 2018 bevestigd dat appellant geen herinneringen heeft aan directe gewelddadige situaties in Nederlands-Indië in de periode 1948-1951. Ook getuigenverklaringen, waaronder die van de broer van appellant, konden geen concrete persoonlijke betrokkenheid aantonen. Het rijden in militaire konvooien en verhalen over geweld binnen de familie waren onvoldoende om te voldoen aan de criteria van de AOR en Wubo.
De Raad benadrukte dat transgenerationele traumatisering buiten het toepassingsgebied van deze regelingen valt en daarom niet kan leiden tot erkenning. De beroepen van appellant werden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanvragen om erkenning als oorlogsgetroffene worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke betrokkenheid bij oorlogsgebeurtenissen.