ECLI:NL:CRVB:2017:2898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie begeleiding individueel klasse 2 ondanks betwisting zorgbehoefte appellant
Appellant had een indicatie voor begeleiding individueel klasse 2 op grond van de AWBZ, die door het CIZ was vastgesteld voor de periode van 3 februari 2014 tot 2 februari 2017. Hij maakte bezwaar tegen deze indicatie en stelde dat hij uitbehandeld was en een grotere zorgbehoefte had dan geïndiceerd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch advies waarop het besluit was gebaseerd zorgvuldig en volledig was. Appellant stelde in hoger beroep dat hij meerdere psychiatrische behandelingen had ondergaan zonder wezenlijk resultaat en dat hij afhankelijk was van de hulp van zijn broer, maar onderbouwde dit niet met medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig tot stand was gekomen, met dossierstudie en contact met de sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie dat appellant nog niet uitbehandeld was en dat behandeling via de Zorgverzekeringswet voorlag op meer AWBZ-zorg. De indicatie voor begeleiding individueel werd als toereikend beschouwd om verwaarlozing te voorkomen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indicatie begeleiding individueel klasse 2 en verklaart het hoger beroep ongegrond.