ECLI:NL:CRVB:2017:2905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen besluit arbeidsongeschiktheid militair
Appellant, een militair, verzocht de minister van Defensie op 17 september 2013 om bevestiging van arbeidsongeschiktheid met dienstverband. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde appellant de minister in gebreke en startte een procedure tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde een dwangsom voor de minister.
De minister reageerde op 14 februari 2014 met een brief waarin werd aangegeven dat formeel pas na toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering door het UWV kan worden vastgesteld of sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband. Dit besluit werd door appellant aangevochten, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de reactie van de minister geen besluit was en dat de dwangsom daardoor maximaal verbeurd was. De Raad oordeelde echter dat de reactie van de minister wel als besluit moet worden beschouwd, ook al voldeed deze niet aan de door appellant gewenste inhoud. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees op de mogelijkheid voor appellant om eventuele verdere dwangsommen bij de burgerlijke rechter te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.