ECLI:NL:CRVB:2017:295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet voldoen aan woonadresvereiste
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en woonde op een kamer bij een derde. Het college trok de bijstand in omdat appellant niet meer stond ingeschreven op het uitkeringsadres en geen medewerking verleende aan een huisbezoek. Een nieuwe aanvraag werd afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
Appellant voerde aan dat hij wel degelijk op het uitkeringsadres verbleef met toestemming van de hoofdbewoonster, maar geen sleutel had en daardoor geen huisbezoek mogelijk was. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor bijstand voldeed, mede omdat hij geen bewijs leverde van huurbetaling en niet ingeschreven stond op het adres.
De Raad benadrukte dat bij een nieuwe aanvraag na eerdere afwijzing de aanvrager moet aantonen dat de omstandigheden zijn gewijzigd. De Raad vond de argumenten van appellant onvoldoende en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de woonadresvereiste en zijn inlichtingenverplichting schond.