ECLI:NL:CRVB:2017:2967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. De Raad wees appellant op de mogelijkheid om een beroep te doen op betalingsonmacht, maar appellant maakte hiervan geen gebruik. Vervolgens deed appellant verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de zitting ter behandeling van het verzet verschenen partijen niet. De Raad overwoog dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden opheffen. Appellant had eerder schriftelijk aangegeven niet te willen betalen en geen beroep gedaan op betalingsonmacht.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.