Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. De termijn voor het indienen van het hoger beroep was zes weken na verzending van de uitspraak, waarbij de uiterste dag 15 september 2016 was. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 7 november 2016 digitaal ingediend.
Appellante voerde ter zitting aan dat zij aanvankelijk dacht dat tegen de aangevallen uitspraak geen hoger beroep mogelijk was en mogelijk de uitspraak verwisselde met een uitspraak over een wrakingsverzoek waartegen geen rechtsmiddel openstaat. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen grond vormen om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Raad benadrukte dat in de aangevallen uitspraak en de begeleidende brief duidelijk was vermeld dat hoger beroep binnen zes weken mogelijk was. Omdat geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die het verzuim van appellante rechtvaardigen, werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.