Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2017:2969

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 augustus 2017
Publicatiedatum
30 augustus 2017
Zaaknummer
16/6934 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding afgewezen

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. De termijn voor het indienen van het hoger beroep was zes weken na verzending van de uitspraak, waarbij de uiterste dag 15 september 2016 was. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 7 november 2016 digitaal ingediend.

Appellante voerde ter zitting aan dat zij aanvankelijk dacht dat tegen de aangevallen uitspraak geen hoger beroep mogelijk was en mogelijk de uitspraak verwisselde met een uitspraak over een wrakingsverzoek waartegen geen rechtsmiddel openstaat. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen grond vormen om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.

De Raad benadrukte dat in de aangevallen uitspraak en de begeleidende brief duidelijk was vermeld dat hoger beroep binnen zes weken mogelijk was. Omdat geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die het verzuim van appellante rechtvaardigen, werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 augustus 2017
16/6934 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 juli 2016, 15/6510 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht van 10 januari 2017 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 18 juli 2017. Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 10 januari 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was
15 september 2016. Het hogerberoepschrift is digitaal ingediend bij de Raad van State op
7 november 2016. De Raad van State heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad.
Ter zitting heeft appellante verklaard dat zij in eerste instantie dacht dat er geen hoger beroep mogelijk was tegen de aangevallen uitspraak. Appellante heeft verder verklaard dat zij wellicht de aangevallen uitspraak heeft verwisseld met de uitspraak van de rechtbank op het door haar ingediende wrakingsverzoek van 22 juli 2016, waartegen geen rechtsmiddel openstaat.
De Raad ziet in het door appellante aangevoerde geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. In de aangevallen uitspraak en in de begeleidende brief van de rechtbank staat duidelijk aangegeven dat partijen binnen zes weken na de datum van verzending van de uitspraak hoger beroep kunnen instellen.
Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
29 augustus 2017.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

AB