ECLI:NL:CRVB:2017:2990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding en afwijzing compensatie
Appellant was sinds 2002 in dienst bij de gemeente Westland en had meerdere periodes van ziekteverzuim. Ondanks aanpassingen en re-integratietrajecten bleef zijn functioneren onder de maat en vertoonde hij grensoverschrijdend gedrag. Het college verleende hem ontslag op grond van een ernstig verstoorde arbeidsverhouding en subsidiair wegens ongeschiktheid voor de functie.
De rechtbank oordeelde dat de samenwerking onherstelbaar was verstoord en dat voortzetting van het dienstverband niet van het college kon worden verlangd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er onvoldoende begeleiding was geweest, dat er geen impasse was en dat hij onvoldoende financieel was gecompenseerd.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat er geen objectief vast te stellen medische oorzaak was voor de klachten van appellant. De geboden begeleiding was voldoende geweest, maar appellant toonde geen verbetering en bleef grensoverschrijdend gedrag vertonen. Hierdoor was een impasse ontstaan die voortzetting van het dienstverband onmogelijk maakte.
De Raad oordeelde dat het college terecht geen compensatie toekende omdat de impasse overwegend door appellant zelf was veroorzaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding wordt bevestigd.