ECLI:NL:CRVB:2017:3037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en financiële situatie
Appellant vroeg bijstand aan op basis van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf daarbij een woonadres op waar hij sinds 2009 stond ingeschreven. Na verzoeken van het college om nadere gegevens over zijn woon- en financiële situatie, leverde appellant onvoldoende bewijs en informatie, onder meer over zijn verblijfplaats en inkomsten. De woning was verkocht en appellant was uitgeschreven uit de basisregistratie personen met onbekende bestemming.
Het college wees de aanvraag af wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellant onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woon- en leefsituatie en zijn financiële situatie niet met verifieerbare gegevens had onderbouwd.
In hoger beroep betwistte appellant deze conclusie, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of argumenten aanvoerde die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en financiële situatie.