ECLI:NL:CRVB:2017:3046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen woning en vermogen boven grens
Appellante ontving sinds 1999 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme tip over het bezit van onroerend goed in Turkije, stelde de Sociale Recherche een onderzoek in. Dit leidde tot het besluit van het dagelijks bestuur om de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat appellante vermogen boven de toegestane grens bezat en dit niet had gemeld.
Appellante voerde bezwaar aan tegen de waardebepaling van de woning en stelde dat het vrijgelaten bedrag aan smartengeld niet binnen haar vermogen mocht worden gerekend. De Raad oordeelde dat de taxatie, ondanks dat deze een zichttaxatie was, betrouwbaar was en dat de door appellante overgelegde taxatie en verkoopadvertenties onvoldoende waren om de waarde te verlagen. Ook was niet aannemelijk dat het vrijgelaten bedrag nog aanwezig was, gezien de bankafschriften.
De aanvraag om bijstand in juli 2014 werd afgewezen vanwege het vermogen boven de grens. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens het bezit van een woning in Turkije en vermogen boven de toegestane grens.