Uitspraak
OVERWEGINGEN
29 december 2006 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen omdat appellante niet voldoet aan de voorwaarden neergelegd in artikel 19 van Pro de Wajong 1998. Appellante heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft sinds 2003 meerdere keren een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wajong, waarbij het Uwv telkens heeft geweigerd een uitkering toe te kennen vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. In 2014 diende zij een aanvraag in voor arbeidsondersteuning, die eveneens werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden herzien.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de diagnose fibromyalgie geen nieuw feit is en dat het Uwv terecht het bezwaar en beroep heeft afgewezen. In hoger beroep betwistte appellante deze uitspraak en overhandigde een medisch rapport ter onderbouwing van haar verslechterde gezondheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt omdat appellante primair beoogde het besluit van 5 maart 2004 te herzien, maar geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangetoond. Het eerdere besluit van 29 december 2006, waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend, staat in rechte vast. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.