ECLI:NL:CRVB:2017:3159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling van bijstandsaanvragen wegens niet overleggen bankafschriften
Appellant diende drie aanvragen in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het college verzocht herhaaldelijk om bankafschriften van alle betaal- en spaarrekeningen over specifieke periodes, maar appellant leverde deze niet volledig of tijdig aan. Hierdoor stelde het college de aanvragen buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde aan dat het niet duidelijk was welke stukken ontbraken en dat hij in de veronderstelling verkeerde alle benodigde stukken te hebben ingeleverd. De Raad oordeelde echter dat het college voldoende duidelijk had gemaakt welke gegevens ontbraken en dat het op de appellant zelf rustte om te controleren of hij volledig had voldaan aan het verzoek.
De Raad benadrukte dat de financiële situatie essentieel is voor de beoordeling van een bijstandsaanvraag en dat het college bevoegd was om de aanvragen buiten behandeling te stellen wegens het ontbreken van noodzakelijke gegevens. De eerdere jurisprudentie waarop appellant zich beriep was niet vergelijkbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht de drie bijstandsaanvragen buiten behandeling heeft gesteld wegens het niet overleggen van volledige bankafschriften.