ECLI:NL:CRVB:2017:3167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf inhouding verlofuren wegens plichtsverzuim ambtenaar politie
Appellante, werkzaam bij de politie sinds 1999, kreeg meerdere loonbeslagen opgelegd vanwege openstaande vorderingen en verkeersboetes. Ondanks waarschuwingen en gesprekken met leidinggevenden, voorkwam zij niet dat nieuwe loonbeslagen werden gelegd en gaf zij onvoldoende inzicht in haar financiële situatie.
De korpschef legde daarom een disciplinaire straf op van inhouding van 24 verlofuren wegens plichtsverzuim. Appellante voerde aan dat haar echtgenoot post had zoekgemaakt en dat twee van de verkeersboetes onterecht waren, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en dat de straf niet onevenredig was gezien de ernst van het verzuim en de integriteitseisen binnen de politie.
Uitkomst: De disciplinaire straf van inhouding van 24 verlofuren wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.