Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep tot een
- bepaalt dat de griffier aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,-
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht de korpschef om doorstroming naar een hogere functie, wat werd afgewezen bij besluiten van maart 2014 en februari 2015. Het beroep van appellant tegen het laatste besluit werd door de rechtbank Midden-Nederland ongegrond verklaard. Vervolgens diende appellant een verzoek in tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarop de rechtbank een schadevergoeding van € 500,- toekende en het griffierecht van € 167,- vergoedde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het verzoek tot schadevergoeding kwalificeert als een proceshandeling die voor vergoeding in aanmerking komt volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad oordeelde dat de rechtbank had moeten overgaan tot een proceskostenveroordeling ten laste van de korpschef.
De Raad vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het geen proceskostenveroordeling bevatte en wees alsnog een proceskostenvergoeding toe van in totaal € 495,-, inclusief kosten voor verleende rechtsbijstand in eerste en hoger beroep. Tevens werd bepaald dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- aan appellant wordt terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma.
Uitkomst: De korpschef wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 495,- en terugbetaling van het griffierecht van € 124,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.