ECLI:NL:CRVB:2017:102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij overschrijding redelijke termijn in ambtenarenzaak
Appellant, een ambtenaar, werd op 16 december 2013 door de korpschef toegewezen aan een LFNP-functie Operationeel Expert Observatie in schaal 9. Tegen het besluit tot toekenning werd bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 25 april 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en kende appellant een schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.
Appellant stelde in hoger beroep geen inhoudelijke gronden aan het bestreden besluit, maar betoogde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. De Raad verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat bij toekenning van immateriële schade wegens termijnoverschrijding ook proceskostenveroordeling kan plaatsvinden. De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling heeft uitgesproken.
Daarnaast oordeelt de Raad dat appellant geen recht heeft op vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht, omdat bij verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn geen griffierecht verschuldigd is. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover geen proceskostenvergoeding is toegekend en veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van proceskosten van € 742,50 en tot terugbetaling van het griffierecht van € 251.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten en terugbetaling van het griffierecht wegens overschrijding van de redelijke termijn.