ECLI:NL:CRVB:2017:326
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Herroeping onrechtmatige intrekking bijstand en vergoeding wettelijke rente
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen had bij besluiten van november 2010 het recht op bijstand opgeschort en ingetrokken. De rechtbank Roermond oordeelde in 2011 dat het college geen kenbare belangenafweging had gemaakt bij de opschorting, waardoor het besluit werd vernietigd en het college werd opgedragen opnieuw te beslissen.
Het college verklaarde de bezwaren in 2013 opnieuw ongegrond zonder voldoende belangenafweging te maken. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het college opnieuw opdracht tot heroverweging, maar het college volhardde in haar standpunt dat appellant niet in de gemeente Roerdalen woonde, waardoor geen recht op bijstand bestond.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank zelf had moeten voorzien en de besluiten had moeten herroepen. De Raad stelde vast dat het college geen hoger beroep had ingesteld tegen de eerdere uitspraak en dat het college nog steeds geen belangenafweging had gemaakt. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover het college werd opgedragen opnieuw te beslissen en herroept zelf de besluiten van november 2010.
Het college wordt veroordeeld tot betaling van de ten onrechte ingetrokken bijstand, inclusief wettelijke rente, en tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit van 3 december 2013.
Uitkomst: De Raad herroept de opschortings- en intrekkingsbesluiten en veroordeelt het college tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.