Een werknemer met het thoracic outlet syndroom vroeg op 28 maart 2014 een verkorte wachttijd voor een IVA-uitkering aan wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit af op grond van een verzekeringsartsrapport dat stelde dat verbetering niet was uitgesloten vanwege een mogelijke operatieve behandeling, hoewel deze niet gepland was en risicovol.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat in de bezwaar- en beroepsfase geen medisch onderzoek had plaatsgevonden, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde de Centrale Raad dat het UWV geen concreet en reëel perspectief op verbetering had aangetoond. De theoretische mogelijkheid van een risicovolle operatie met geringe kans op succes volstaat niet.
De Raad oordeelde dat de medische situatie op de datum in geding bepalend is en dat herstel moet zijn uitgesloten om voor verkorte wachttijd in aanmerking te komen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het besluit in stand liet en beval het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten.