ECLI:NL:CRVB:2017:3279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand tijdens detentie en weigering bijzondere bijstand voor huurkosten
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en was vanaf 8 juni 2015 tot 26 september 2015 gedetineerd. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de bijstand ingetrokken met ingang van 9 juni 2015, omdat artikel 13 van Pro de Participatiewet bepaalt dat personen die hun vrijheid zijn ontnomen geen recht op bijstand hebben.
Appellant voerde aan dat de bijstand had kunnen worden opgeschort in plaats van ingetrokken, verwijzend naar beleid van een andere gemeente, maar de Raad oordeelde dat het college conform wettelijk voorschrift en eigen beleid juist heeft gehandeld. Tevens werd bijzondere bijstand voor huurkosten geweigerd omdat appellant tot 21 augustus 2015 een medebewoner had, terwijl het beleid bijzondere bijstand alleen toekent aan alleenstaanden zonder medebewoners.
De rechtbank Rotterdam had het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering van bijzondere bijstand afgewezen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand tijdens detentie en wijst bijzondere bijstand voor huurkosten af.