ECLI:NL:CRVB:2017:328
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Betrokkene, geboren in 1936 in Nederlands-Indië, diende in 2001 een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), welke werd afgewezen omdat niet was gebleken dat de evacuatie naar het 14e Bataljon te Buitenzorg onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond. Een hernieuwd verzoek in 2006 werd eveneens afgewezen en deze afwijzing werd bevestigd door de Raad in 2008.
In 2014 werd opnieuw een verzoek tot herziening ingediend, waarbij werd gesteld dat betrokkene tijdens de Bersiap-periode in het SOG-meisjeshuis te Soekaboemi verbleef. Dit verzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van relevante nieuwe feiten of gegevens. In het beroep tegen deze afwijzing heeft de Raad overwogen dat de discretionaire bevoegdheid van verweerder tot herziening slechts terughoudend kan worden getoetst en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven tot herziening.
Hoewel betrokkene nieuwe verklaringen van zijn zusters overlegde, ontbraken bevestigende gegevens en was de betrouwbaarheid van één verklaring beperkt vanwege een verstandelijke handicap. De Raad concludeert dat het bestreden besluit terecht in stand blijft en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek op grond van de Wubo wordt ongegrond verklaard.