ECLI:NL:CRVB:2008:BD2752
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen afwijzing toeslag burger-oorlogsslachtoffer 1940-1945
Appellant, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in november 2001 een aanvraag in voor een toeslag en periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant was getroffen door oorlogsgeweld zoals vereist door de wet.
In december 2006 diende appellant een nieuwe aanvraag in, die eveneens werd afgewezen omdat er geen van belang zijnde nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt dat het verzoek om herziening discretionair is en dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden tot herziening kunnen leiden. Appellant herhaalde grotendeels eerdere feiten en omstandigheden, zonder dat deze een levensbedreigende situatie aantonen. Ook de getuigen die appellant noemde konden niet uit eigen waarneming getuigen over de relevante periode.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden voor herziening.