ECLI:NL:CRVB:2017:3288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag en terugvordering voorschot wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Appellant vroeg op 1 december 2014 bijstand aan op grond van de Participatiewet, nadat hij zijn eigen bedrijf had beëindigd. Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling, maar nam deze later alsnog in behandeling en verleende een voorschot van €750. Vervolgens wees het college de aanvraag definitief af en vorderde het voorschot terug wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij altijd had meegewerkt en zijn verklaringen met stukken had onderbouwd. De Raad beoordeelde de periode van 1 december 2014 tot 17 juli 2015 en stelde vast dat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsplicht. De verklaringen en stukken die appellant overlegde waren achteraf opgesteld, niet consistent met bankgegevens en onvoldoende verifieerbaar.
De Raad concludeerde dat het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen vanwege onvoldoende duidelijkheid. Ook de terugvordering van het voorschot werd niet betwist door appellant. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag en terugvordering van het voorschot wordt bevestigd.