ECLI:NL:CRVB:2017:3295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen en hennepteelt
Appellanten ontvingen sinds 2006 bijstand, maar het college trok deze in en vorderde terug wegens het niet melden van onroerend goed in Turkije, grote contante stortingen op Turkse bankrekeningen en betrokkenheid bij hennepteelt. Uit onderzoek, waaronder rapporten van het Bureau Attaché en politieproces-verbaal, bleek dat appellanten aanzienlijke vermogensbestanddelen verzwegen hadden.
De rechtbank verklaarde appellant schuldig aan hennepteelt en witwassen. Het college wees een nieuwe aanvraag af vanwege onvoldoende informatie over de financiële situatie. Appellanten voerden aan dat zij geen onroerend goed bezaten en dat de stortingen niet aan hen toekwamen, maar slaagden hier niet in met objectief bewijs.
De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. Ook de afwijzing van de nieuwe aanvraag werd bevestigd vanwege de voortgaande onduidelijkheid over het vermogen en de inkomsten van appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en de aanvraag om bijstand afgewezen wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht en onduidelijke financiële situatie.