ECLI:NL:CRVB:2017:3368

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 oktober 2017
Publicatiedatum
3 oktober 2017
Zaaknummer
16/2079 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na schikking en proceskostenveroordeling door Centrale Raad van Beroep

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WWB-zaak. Tijdens de zitting van de Raad van 25 juli 2017 bereikten partijen een schikking, waarna appellante het hoger beroep introk. Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad kwam geheel tegemoet aan appellante, waardoor aan de voorwaarden voor intrekking op grond van artikel 8:75a van de Awb werd voldaan.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante recht heeft op vergoeding van de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep. De rechtbank had reeds de in beroep gemaakte proceskosten vergoed, zodat de Raad het college veroordeelde tot betaling van € 990,- voor verleende rechtsbijstand. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het college verhalen.

De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, en op 3 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad is veroordeeld tot betaling van € 990,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens schikking.

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 oktober 2017
16/2079 WWB, 16/4177 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
19 februari 2016, 14/7836 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Lelystad (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.G. Wiebes, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het hoger beroep is behandeld ter zitting van de Raad van 25 juli 2017. Partijen hebben tijdens die zitting een schikking bereikt, waarbij mr. Wiebes namens appellante het hoger beroep heeft ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad heeft verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken als gevolg van een schikking tijdens de zitting bij de Raad.
In het kader van de schikking is het college geheel aan appellante tegemoetgekomen en is om die reden namens appellante het hoger beroep ingetrokken. Aan de voorwaarden van
artikel 8:75a van de Awb is dus voldaan. Aangezien de rechtbank de in beroep gemaakte proceskosten al heeft vergoed, ziet de Raad aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden begroot op € 990,- voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 990,-.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2017.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) N.L. Kuipers

HD