ECLI:NL:CRVB:2017:3368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na schikking en proceskostenveroordeling door Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WWB-zaak. Tijdens de zitting van de Raad van 25 juli 2017 bereikten partijen een schikking, waarna appellante het hoger beroep introk. Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad kwam geheel tegemoet aan appellante, waardoor aan de voorwaarden voor intrekking op grond van artikel 8:75a van de Awb werd voldaan.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellante recht heeft op vergoeding van de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep. De rechtbank had reeds de in beroep gemaakte proceskosten vergoed, zodat de Raad het college veroordeelde tot betaling van € 990,- voor verleende rechtsbijstand. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het college verhalen.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, en op 3 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad is veroordeeld tot betaling van € 990,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens schikking.